Home
Historie
Biljarthistorie
Feitjes
Onderling
Uitslagen onderlinge
Links
De verdediging
Team 1
Team 2
Team 3
Het bestuur
Strategie

HGL

De biljartvereniging in Kaatsheuvel

Een beetje geschiedenis

De voorlopers

Niemand kan er zich op beroepen de oorsprong van het biljartspel met zekerheid ontdekt te hebben. Nochtans blijkt uit de vele getuigenissen uit de geschiedenis dat het biljartspel gedurende vele eeuwen voor de ontspanning van mannen en vrouwen gezorgd heeft.

Sommige auteurs laten het biljartspel teruggaan tot ongeveer 200 jaar voor Christus, maar het is waarschijnlijker dat de geboorte van het biljarten of van zijn voorouders zich ergens in het begin van de twaalfde eeuw situeert. Wat er ook van zij, de oorsprong van het huidige biljartspel is te zoeken in een spel in open lucht vergelijkbaar met cricket en hockey.

Wat het land van herkomst betreft, blijven de meningen eveneens verdeeld. Het woord "biljart" zou immers kunnen afkomstig zijn van het franse "bille-art", het engelse "ball-yards", of zelfs van het spaanse "vilorta". De Engelsen beweren dat het een Engelse uitvinding is, omdat de uitvinder Bill Kew voor het eerst de bal met zijn "yard" (ellestok) op de tafel zou hebben gespeeld. De Fransen daarentegen menen, dat het woord "billard" een samenvoeging is van "bille" en "art" en dus betekent "de kunst van het balspel". De verwarring wordt natuurlijk totaal als men bedenkt dat de gegoede standen in die dagen overal Frans spraken. Biljarten was trouwens een spel van de betere standen, en wordt daarom ook wel "het spel der koningen"genoemd.

Aan Lodewijk XI, fervent biljarter, wordt volgende uitdrukking toegeschreven : Aie, mes reins vont-ils m'obliger à renoncer à jouer au jeu de boules ? ça jamais ! Plutôt me faire installer un terrain sur une table. (Ai, gaan mijn lendenen me verplichten af te zien van het ballenspel? Dat nooit ! Dan laat ik een terrein op een tafel plaatsen) Alzo werd de eerste biljartafel vervaardigd. Ze bestond uit een houten blad, bedekt met een fijn laken en voorzien van lederen opstaande banden. De biljarttafel zoals we die heden ten dage kennen zou dus van franse oorsprong zijn, en zou uit de vijftiende eeuw dateren.

Het biljarten evolueerde naar een ballenspel met de zes zakken in de tafel, waarbij de ballen aangespeeld werden met een rechte stok (keu), al speelde men nog wel met het dikke uiteinde. Ten tijde van de Franse revolutie gaat men met twee witte en een rode bal spelen, en keert men de keu om. De spelregels waren echter verschillend van wat we nu kennen. Zo werd de speler bijvoorbeeld bestraft wanneer hij de twee ballen raakte.

De Evolutie

De uitvinding van de pomerans door professor Mingaut (Fr) in 1827 betekende een ware omwenteling in het biljartspel. Inderdaad, dankzij dat kleine lederen dopje werd het nu mogelijk trekstoten uit te voeren. Een nieuwe techniek was ontstaan, en het biljartspel zou doorlopend blijven vooruitgaan.

Nog voor er een internationale organisatie bestond, werd in 1873 het eerste wereldkampioenschap vrijspel voor Profs georganiseerd, die gewonnen werd door de fransman Garnier met een algemeen gemiddelde van 9,32 en een hoogste reeks van 113 punten. Vanaf dan gingen de gemiddelden pijlsnel de hoogte in.

In 1880 verwezenlijkte de fransman Maurice Vignaux een reeks van 1531 punten.Tien jaar later, in 1890 had in San Fransisco de meest opmerkelijke wedstrijd vrijspel plaats waarbij de Amerikaan Schaeffer Mac Cleery versloeg met 3000 -13 in 3 beurten met een hoogste reeks van 3000 punten.

Het "vrijspel" werd te gemakkelijk, en begon al gauw het publiek te vervelen. Daarom werd omstreeks 1880 door de Fransman Edmond Graveleuse het kaderspel voorgesteld. In 1883 wordt het eerste wereldkampioenschap 21 cm kader betwist. Stilaan werd de moeilijkheidsgraad nog verder opgedreven, en in 1902/1903 werden reeds wereldkampioenschappen kader 45/2 georganiseerd.

Tijdens het eerste officieel tornooi kader 45/2 te New York in 1896 verwezenlijkte YVES (Fr) een algemeen gemiddelde van meer dan 24, en een hoogste reeks van 200 punten.

De kampioenschappen werden saai, en de te lange afstanden verveelden het publiek. Daarom werd in 1919 de afstand (te spelen punten) verminderd. Dat jaar won Willie Hope het wereldkampioenschap met een algemeen gemiddelde van meer dan 45.

In 1924 bereikte Roger Conti een algemeen gemiddelde van bijna 70, met reeksen van rond de 500 punten. Vanaf dan maakte men duizelingwekkende gemiddelden dankzij de invoering van nieuwe reekstechnieken. Tot vandaag werd er doorlopend vooruitgang geboekt, niettegenstaande de handicaps ingebracht met nieuwe speelwijzen zoals kader 47/1 en kader 71/2.

Niet alleen het seriespel, maar ook het driebanden heeft een spectaculaire evolutie gekend dankzij ondermeer de belgen Ceulemans, Dielis en Boulanger.

De Vrouwen

Iedereen kent de invloed van de vrouwen op de geschiedenis. Ook in de geschiedenis van het biljarten hebben ze een belangrijke rol gespeeld. Sommigen beweren zelfs dat het biljarten oorspronkelijk hoofdzakelijk door vrouwen beoefend werd terwijl de mannen op jacht of ten strijde trokken.

Sinds de 15 de eeuw beoefenden de vrouwen het biljart-grondspel. In 1426 vermeldt "Le journal de Paris" een zekere mooie en verleidelijke Margot die alle mannen tijdens het biljarten overtrof.

Marie Stuart, echtgenote van Frans II, was ook een fervente biljartster. Ze speelde zelfs tijdens haar verblijf in de gevangenis, en na haar terechtstelling in 1587 werd ze uitgespreid op haar biljarttafel.

Ook Marie-Antoinette speelde dagelijks biljart. Er wordt zelfs verteld dat ze een keu uit één stuk bezat, die vervaardigd was uit een olifanttand, en volledig met goud belegd.

Van de grote russische tsarin Catherina II wordt beweerd dat haar standvastigheid aan het biljart groter was dan in de liefde. Misschien was het biljartspel een trouwere geliefde.

In de negentiende eeuw was biljarten ook een geliefde sport aan de hoven van de koningen van Frankrijk en Engeland. Vermelden we koningin Victoria en vooral keizerin Marie-Louise en madame de Staël die briljante biljarters waren.

Biljart is echter een mannensport geworden sinds het hoofdzakelijk beoefend wordt in cafés. Hieraan komt blijkbaar terug verandering, want meer en meer zien we terug vrouwelijk talent, zelfs tussen de jeugdspelers.

Aan Lodewijk XI,fervent biljarter,wordt de volgende uitdrukking toegeschreven:



Al gaan mijn lenden me verplichten af te zien van het ballenspel, dat nooit, dan laat ik een terrein op een tafel plaatsen.

En zo werd de eerste biljarttafel vervaardigd.

Het ontstaan van de biljartsport tot aan het spel zoals dat nu door biljarters over de hele wereld wordt gespeeld.

U ziet dat het een lange weg heeft afgelegd om te komen waar we nu zijn.


Sinds 1835 spelen we al het spel zoals dat tot nu toe gespeeld word.

Het Groene Laken